Veel Noord-Hollandser dan Gerard Joling (58) gaat het niet worden. Hij is geboren in Alkmaar, opgegroeid in Schagen en is toen naar Aalsmeer verhuisd. “Vraag me niet hoe ik hier terecht ben gekomen, maar het is gebeurd. Het is lekker centraal en daardoor makkelijk met het reizen voor mijn werk. Bovendien woon ik in een prachtig huis aan het water. Maar mocht ik het minder druk krijgen of als het minder goed gaat, verhuis ik morgen nog naar Bergen Noord-Holland”, lacht Gerard.

Je hebt nooit buiten Noord-Holland gewoond, is dat bewust?

“Door mijn werk heb ik zoveel van Nederland gezien. Ik vind een dagje Breda, Den Bosch of Maastricht prachtig. Maar ik ben verknocht aan Noord-Holland. Laatst was ik bij mijn zusje, die woont in Schagerbrug en dan rij ik vanaf mijn moeder, die in Schagen woont, langs het kanaal. Dat is gewoon prachtig. Onveranderd ook. Ruisende riet langs de rand, met die prachtige landerijen. Zeker als de tulpen in bloei staan is het een idyllisch plaatje.”

“Skuren, skoenen en skoonmaken; die Noord-Hollanders herken je overal”

Hoe vond je het om daar op te groeien?

“Mijn jeugd was heerlijk en onbezonnen. Alles kon. Ik had lieve ouders, de verjaardagen werden altijd groot gevierd. Vrienden en vriendinnetjes mochten mee naar huis. Op een gegeven moment kreeg ik mijn eerste bijbaantjes. Natuurlijk heb ik – Noord-Hollandser kan het niet – bloembollen gepeld, maar ik heb in mijn carrière ook het Noordhollands Dagblad rondgebracht. Dat was ideaal, want dat was doordeweeks een middagkrant dus die kon ik na schooltijd bezorgen. In het weekend was het wel een ochtendkrant, dus dan moest ik alleen op zaterdagochtend vroeg opstaan. Verder heb ik ook nog bij een snackbar gewerkt, in een kapsalon haren gewassen, een koffiezaakje, nog in de horeca bij de Gouden Engel gewerkt. Het was een heerlijke jeugd in Schagen.”

Ik zeg Noord-Holland; waar denk jij dan aan?

“Dan denk ik toch aan de uitgestrekte weilanden met mooie boerderijen. Ik kan er zo van genieten om van Aalsmeer naar Schagen te rijden. Zie ik die uitgestrekte velden, waar nu die vreselijke windmolens staan die het uitzicht belemmeren. Maar goed, dat is een ander verhaal. Oer en oer Hollands, zo’n weiland met koeien en het ruisende riet. Maar ook de binnenstad van bijvoorbeeld Hoorn is prachtig. Met die oude gevels. Aalsmeer, waar ik nu woon, heeft dat niet. Dat is gewoon een lelijk dorp. Maar goed, ik zit aan het water en in Aalsmeer wonen hele hardwerkende mensen en het is heerlijk centraal. Noord-Holland staat voor mij gelijk aan het goede leven; cafés, restaurantjes, gezellige stranden.”

Wat is volgens jou een typisch Noord-Hollands product?

“Dat is lastig, ik zou het niet weten. Ik weet wel echt oer-Hollandse producten; ik ben dol op een lekker stamppotje. Zuurkool, andijvie stampotje. Ik lust alle groenten. Of ik een fijnproever ben? Niet echt. Ik houd van goede wijnen met een brutale afdronk, een lekker vol wijntje. Maar of ik er nou echt verstand van heb? En ja, je maakt me ook blij met een lekker gerookt zalmpje en blikje kaviaar, maar daar hoef je me niet mijn bed voor uit te bellen. Ik vind een lekker prakje bij mijn moeder met spinazie, een gehaktbal, jus erbij en dan zelfgemaakte appelmoes eigenlijk lekkerder. Sowieso is dat hele culinaire niet aan mij besteed; ik vind dat te lif lafferig. Ik ben net een pedaalemmer, trap op mijn tenen en mijn mond gaat open. Ik heb altijd trek en alles gaat erin. Een lekkere borrel, lekker wijntje en ik schep het liefst twee of drie keer op. Ik moet er wel een hoop voor doen om het eraf te krijgen en dat gaat de laatste tijd iets minder makkelijk moet ik zeggen. Ik sport wel, maar tekort naar wat ik eet en drink. Maar goed; we moeten ook genieten van het leven, dat is heel belangrijk.”

Wat zijn Noord-Hollanders voor type mensen?

“Er zijn gradaties. Als je echt richting Medemblik en Obdam gaat, echt dat West-Fries – die mensen die zeggen skuren, skoenen en skoonmaken – die hebben altijd wel iets heel nuchters over zich. Maar over het algemeen zijn Nederlanders allemaal wel nuchter. Wat ik altijd bijzonder vind is dat waar ik ook ben, China, Japan of van mijn part Timboektoe, je Noord-Hollanders altijd herkent. Dat accent herken ik uit duizenden: ‘Nohhhh, johh meen je niet, denk?’ Dan weet ik het meteen.”

Favorieten van Gerard in Noord-Holland

Favoriete restaurant – “Dan moet ik er twee opnoemen. Fabels en Fabbrica, beide in Bergen. Altijd gezellig en lekker eten.”
Favoriete plek om op te treden– “Mensen zeggen dat het lastig is om optredens te krijgen in Noord-Holland, maar dat heb ik nooit gehad. Ik heb een aantal keer op het popweekend in Schagen gestaan, dat was te gek. En ja ik heb natuurlijk meerdere keren in een uitverkochte Arena gestaan; dat is het meest unieke van mijn carrière.”
Favoriete shopstad – “Haarlem en Alkmaar. Beiden hebben een ongelooflijke hoeveelheid aan kledingwinkels en het blijft overzichtelijk. In Haarlem loop je vanaf de grote markt zo de andere winkelstraten in. Beter dan bijvoorbeeld Utrecht, waar alles eenrichtingsverkeer is en je niet meer terug komt bij het beginpunt. Bovendien zijn er in Haarlem en Alkmaar goede restaurants, ook belangrijk voor een dagje shoppen.”
Favoriete uitstapje – “Lichtjesavond in Bergen. Dat is iets waar ik altijd naar uitkijk. We reserveren bij een restaurant een tafel met vrienden en kennissen en heel het dorp is dan versierd met lampionnetjes. Er zijn mensen die wel 200 jampotjes sparen voor dit evenement. Vaak zitten we al zo in de drank dat we heel die lichtjes missen, maar het is altijd heel leuk.”
Favoriete museum – “Dat is dan toch het Rijksmuseum. Met die oudheden en prachtige dingen. Zo groot en internationaal.”

Waar denk jij aan bij typisch Noord-Hollands? Uitgestrekte weilanden, windmolens en Amsterdam? Logisch. Maar wat is eigenlijk typische Noord-Hollandse kunst? We vroegen het kunsthistoricus Aart van der Kuijl (1956). “Ik val meteen maar met de deur in huis, typisch Noord-Hollandse kunst bestaat niet”, begint hij.

“Of je moet het hebben over topografisch getinte kunst die het Noord-Hollandse landschap, de steden en dorpen in beeld brengt”, vervolgt de kunsthistoricus. Noord-Holland, ooit onderdeel van het gewest Holland, bestaat natuurlijk pas sinds 1814. In de online versie van de Provinciale Atlas van Noord-Holland kun je wat dat betreft je hart ophalen. Maar pas op! Want als je in deze beeldcollectie van 82.000 objecten groot duikt, ben je zo een paar uur verder. Althans, dat overkwam mij al een aantal keer. De tekeningen, prenten, kaarten en foto’s laten zien hoe Noord-Holland zich heeft ontwikkeld.”

Een top drie van Noord-Hollandse kunstenaars, kun je die benoemen?

“Een top drie is echt onmogelijk. Grote Noord-Hollandse kunstenaars. Tja. Wie kent bijvoorbeeld nog de vroegst bekende topkunstenaar Claus of Klaas Sluter, werkzaam eind veertiende, begin vijftiende eeuw. Je kunt hem eigenlijk in een adem noemen met zijn neef, Klaas van de Werve. Ze kwamen beiden uit Haarlem en werkten als hof-beeldhouwer voor Filips de Stoute in het Kartuizerklooster Champol (nu Frankrijk, toen het Bourgondische Rijk). En niet te vergeten de schilder en grondlegger van de Nederlandse schilderkunst: Geertgen tot Sint-Jans. Hij was werkzaam in Haarlem in de laat vijftiende eeuw. Volgend jaar komt er overigens een boek van mij uit over deze laatstgenoemde kunstenaar.”

Is er iets wat Noord-Holland onderscheidt van andere provincies?

“Als er iets is wat Noord-Holland onderscheidt van andere provincies, dan denk ik aan de enorme dichtheid van het aanbod van hoogwaardige beeldende kunst, met als zwaartepunt Amsterdam. Hier vind je belangrijke beeldende kunstopleidingen, zoals de Rietveld Academie, de Rijksakademie van Beeldende Kunsten en de Ateliers. Belangrijke kunstbeurzen als de Unseen Photo Fair, Amsterdam Art Fair, de PAN en the Affordable Art Fair, vind je ook in de hoofdstad.”

Is er in Noord-Holland een boegbeeld voor kunst?

“Een boegbeeld van kunst per provincie? Daar geloof ik niet in. Ik ben wars van heldendom; het is nu eenmaal geen kwestie van de beste prestatie neerzetten, zoals in het geval van Max Verstappen in de autosport of Tom Dumoulin in de wielersport. Wel vind ik op het gebied van het tonen van moderne en actuele kunst het Stedelijk Museum het boegbeeld van de Noord-Hollandse kunstinstellingen.”

Aart van der Kuijl (1956, Haarlem) is kunsthistoricus en werkzaam als auteur, adviseur en tentoonstellingsmaker. Als journalist werkte hij lange tijd voor de kunstredactie van het Haarlems Dagblad en daarnaast voor enige kunsttijdschriften. Hij is oud artistiek directeur van kunsthal De Vishal in Haarlem. Momenteel is hij als curator beeldende kunst werkzaam in het provinciehuis Noord-Holland te Haarlem waar hij de Dreefexposities samenstelt.

Must see Musea volgens Aart

1. Stedelijk Museum Amsterdam
2. Rijksmuseum Amsterdam
3. Huis Marseille, Amsterdam
4. Foam, fotografiemuseum
5. Frans Hals Museum, Haarlem
6. Teylers Museum, Haarlem
7. Beeld en Geluid Instituut, Hilversum
8. Stedelijk Museum Alkmaar
9. Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam
10. Cobra Museum, Amstelveen
11. Het Noord-Hollands Archief, locatie Jansstraat, Haarlem
12. Last but not least: provinciehuis Noord-Holland

Achtergrondinformatie Expositie ‘Still Going Strong’

De expositie Still Going Strong gaat over de geschiedenis en huidige collectie van de Haarlemse kunsthandel E.J. van Wisselingh & Co. De kunsthandel bestaat 180 jaar en werd in 1838 opgericht. De huidige eigenaar is Willem de Winter, bekend als expert schilderkunst van het tv-programma Tussen Kunst en Kitsch. Bezoekers worden meegenomen in de rijke historie van deze kunsthandel. Het destijds Amsterdamse bedrijf, gevestigd aan het Rokin 78-80, verkocht in de beginjaren werk van belangrijke kunstenaars zoals Vincent van Gogh, Gustave Courbet, Johan Bartold Jongkind en George Hendrik Breitner. Twintig jaar geleden verhuisde de kunsthandel naar Haarlem. Vanwege bovengenoemd jubileum is er nu een Dreefexpositie aan gewijd. In de reeks ‘Dreefexposities’ wordt onder meer aandacht besteed aan werk van Noord-Hollandse kunstenaars en de kunstcollectie van de provincie Noord-Holland. De expositie is tot en met 26 oktober te bezichtigen op werkdagen van 09.00-17.00 in het provinciehuis (Paviljoen Welgelegen), Dreef 3 in Haarlem. De toegang is gratis.

Zeg je Noord-Hollandse chef, dan zeg je Ron Blaauw (51). Hij heeft meerdere restaurants met een michelinster in Noord-Holland, maar is inmiddels al veel meer dan chef. “Ik blijf kok in hart en nieren, maar ben tegenwoordig ook ondernemer. Ik adviseer verschillende restaurants door heel Nederland. Dat vind ik hartstikke leuk”, vertelt de topchef.

Hoe herkennen we de gerechten van Ron Blaauw?

“Hopelijk aan de smaak en opmaak. Ik houd van no-nonsense gerechten. Dat als je bord leeg is, je nog even met je vinger de saus van je bord likt. Zo lekker moet het zijn. Mijn favorieten zijn pure gerechten. We hebben nu bijvoorbeeld een mooie zeetong op de barbecue, met citroen en peterselie. Dat vind ik heerlijk. Een bereiding met liefde en passie proef je terug.”

Wat heb jij met Noord-Holland?

“Heel veel! Ik ben een Hoorinees. Ik ben dus geboren in Hoorn, Noord-Holland. Alle dorpjes in deze provincie hebben een beetje een eigen cultuur en daar hou ik van. De mensen zijn lekker recht door zee en werken hard.”

Zijn er typische Noord-Hollandse producten of gerechten?

“Denk alleen al aan Westland kaas, Opperdoezer aardappeltjes, zuurkool van Kramer, vis uit Den Oever, Texels Landvlees. Noord-Holland heeft heel veel typische producten. Het mooie is dat steeds meer jonge mensen het bedrijf overnemen van hun ouders en zich specialiseren in streekproducten en het ambacht. Het is goed dat mensen agrarische bedrijven overnemen en daarmee toekomst garanderen voor de kwaliteit.”

Wat zijn volgens jou twee of drie upcoming chefs uit Noord Holland die heel Nederland zou moeten leren kennen?

“Lastig. Ik vind Lucas Rive in Hoorn fantastisch. Hij doet veel met orgaanvlees en plaatselijke gerechten. Maar ook Michel van der Kroft. Hij komt uit Hoorn, maar kookt in Harderwijk. Fantastisch eten.”

Top 5 restaurants van Ron Blaauw in Noord-Holland

We stelden de topchef voor een lastig dilemma. De top 5 restaurants in Noord-Holland volgens Ron Blaauw. En vooruit: er mocht er een van hemzelf bij zitten.

  1. Lucas Rive in Hoorn
  2. Imko’s puur zee in Wijk aan Zee
  3. Restaurant MOS in Amsterdam
  4. Ron Gastrobar aan de Sophialaan in Amsterdam
  5. Sea Palace Amsterdam

Olympisch kampioen Marit Bouwmeester over wonen in Friesland, zeilen en typisch Fries

De Friese Olympisch kampioen zeilen woont tegenwoordig in Scheveningen, maar Friesland blijft toch altijd als thuis voelen. “Ik ben daar opgegroeid, mijn familie en vrienden wonen daar en al mijn (jeugd)herinneringen zijn in Friesland. Dusja, Friesland voelt ook nog steeds als thuis”, zegt Marit Bouwmeester (29). We spreken elkaar op het zeilcomplex in Scheveningen.

“Ik had eerst heel veel moeite om hier in Scheveningen mijn draai te vinden. Van mijn 20e tot 22e heb ik hier ook gewoond, maar toen was ik 300 dagen per jaar weg van huis. Als ik dan in Nederland was, wilde ik heel graag naar mijn familie en ik merkte dat Den Haag – Friesland toch te ver is voor ‘even een dagje’. Toen heb ik mijn appartement opgezegd en ben ik weer naar Friesland verhuist. Mijn vriend komt hiervandaan, dus inmiddels wonen we met alle liefde hier. We trainen hier veel en hebben net een huis gekocht.”

Fries praten

Maar haar familie woont nog wel in Friesland. “Ik kom uit Wartena, een klein dorpje tussen Grouw en Leeuwarden. Mijn hele familie woont in hetzelfde dorp, dus ik ken al mijn nichtjes en neefjes ook supergoed. Ik mis soms wel dat ik even kan binnenwippen voor een bakkie. Vroeger gingen we vaak met z’n allen het water op in het weekend en spendeerden we de weekenden en vakanties op de boot. Met mijn familie spreek ik nog steeds Fries. Het is wel grappig; ik leer mijn vriend absoluut geen Fries, maar hij pikt het wel op. Mijn opa en oma spreken geen Nederlands tegen hem. Die vinden als je in Friesland bent, spreek je Fries. Ze zijn echt superlief, maar het zijn wel diehard Friesen. Mijn vriend begrijpt het inmiddels wel en kan er ook wel om lachen. Ook met mijn broer, die nu mijn coach is, spreek ik dagelijks Fries. Dat zit er zo in, het zou gek zijn om dat niet te doen.
Als ik in Friesland ben ga ik vaak met mijn pa een rondje Sneekermeer. Daar heb ik zoveel fijne herinneringen. We waren daar vroeger echt ieder weekend. Gaaf om al die herinneringen op te halen.”

Marit Bouwmeester zeilen

Eten in Friesland

“Het theehuis in Grouw aan het Pikmeer is een fijn restaurant. Daar heb ik nog een bijbaantje gehad, maar ik ben er ontslagen. In die tijd was er zo’n fase dat ik steeds hoorde dat ouders hun kinderen pushten. Toen dacht ik; ‘ik word ook gepusht om te zeilen!’, dus besloot te gaan werken in plaats van zeilen. Maar op het Pikmeer waren mensen aan het zeilen en dan wilde ik ook. Dus op een gegeven moment nam ik steeds vrij om te trainen en besloot ik dat ik na een bepaalde tijd niet kon werken. Ik liet het hele bedrijf om mij heen draaien, toen waren ze er gauw klaar mee. Mijn ouders hebben me altijd positief gestimuleerd wat zeilen betreft. Het enige wat ze echt wilden, was dat ik mijn school afmaakte. Veel topsporters vertragen hun studie, maar ik vond het logischer om te versnellen; dan was ik er sneller van af. Zo gezegd, zo gedaan. Ik rondde mijn HBO opleiding Small Business en Retail Management binnen twee jaar af en in die twee jaar deed ik niets anders dan slapen, eten, trainen en studeren. Dat was veel, maar betekende wel dat ik vanaf mijn 19e of 20e fulltime kon zeilen.”

Fries volgens Marit

Lekkerste Friese eten – “Fryske Dúmkes. Die koekjes bij de koffie waar je bijna je tanden aan breekt. Heerlijk! Maar ook Fries suikerbrood. Al durf ik dat nu echt niet meer te eten, dan ben ik bang dat die boot zinkt, zo’n caloriebom is het.”
Typisch Fries? – “Iedereen kent elkaar. De gemoedelijkheid. Als ik ga fietsen in Den Haag zeg ik iedereen gedag, maar niemand zegt iets terug. Maar in Friesland zegt iedereen elkaar gedag en kent iedereen elkaar.”
Leukste winkelstad? – “Rinsma in Gorredijk, geen stad maar een grote winkel. Die doen het echt heel goed. Leeuwarden wordt ook steeds leuker om te winkelen vind ik.”
Leeuwarden als culturele hoofdstad – “Ja, ongelooflijk! Daar moest ik wel even aan wennen hoor. Maar dat is ook omdat je er in je eigen stad niet zo naar kijkt.”
Zeilen in Friesland – “Zeilen in Friesland doe ik niet veel en heb ik vroeger ook niet veel gedaan, omdat ik al vrij jong bij het nationaal team kwam. Ik denk dat ik moeite zou hebben tegen die locals daar. Die kennen precies de trekwalletjes en weten hoe de wind beweegt; er zijn daar overal bomen en dingetjes. Ik ben meer een zeezeiler; hoe hoger de golven, hoe beter.”

Epke Zonderland (32) over Friesland, turnen en de Olympische Spelen van 2020

“Voor een of twee jaar zou ik best ergens anders dan in Friesland willen wonen, maar voor langere tijd niet”, vertelt Epke Zonderland. “Ik ben zo gewend aan de rust, ruimte en wonen in de buurt van het water, ik denk dat ik dat ergens anders heel erg zou missen. Vroeger had ik wel meer de behoefte om weg te gaan, maar dat wordt steeds minder.”

Als ik zeg Friesland, wat is dan het eerste waar je aan denkt?

“Het water. Ik ben opgegroeid in Lemmer, aan het IJsselmeer. Maar waar ik vooral aan denk zijn alle meertjes die met elkaar verbonden zijn. Daar heb ik vroeger ook veel gezeild, gewindsurft en geschaatst in de winter als het kon. Dat is volgens mij heel typisch voor Friesland, het water en alles wat daarmee annex is.”

Mag je nog steeds zeilen en dat soort dingen, ondanks je topsport?

“Gelukkig wel! Ik ga nog steeds graag windsurfen, maar ik moet wel zeggen dat ik het steeds minder doe. Het moet dan toevallig zo zijn dat op een vrije dag de wind goed staat en dat ik niet volop in training ben. Het mag dus wel, maar het is niet de bedoeling dat ik voor een toernooi mijn energie ga verbruiken aan windsurfen. Maar na een EK of WK probeer ik de goede dagen zeker mee te pakken.”

Wat zijn dingen die Hollanders denken over Friesen die absoluut niet waar zijn?

“Ze zeggen vaak dat Friesen stug zijn. En natuurlijk, er zijn stugge Friesen; maar het is zeker niet zo dat iedereen stug is. Ze kunnen soms misschien wat terughoudend overkomen, maar over het algemeen is dat niet mijn ervaring. Zeker niet als je mensen wat beter leert kenen, dan is het juist een hele warme gemeenschap. Daarnaast denken veel mensen dat er alleen maar agrarische bedrijvigheid heerst , maar dat is ook niet zo. De koeien en weilanden zijn een mooi onderdeel van onze provincie, maar er is echt wel meer dan dat. Ik woon bijvoorbeeld dichtbij het Oranjewoud, dat zijn prachtige bossen.”

Spreek jij met je vrouw en familie Fries?

“Met mijn vrouw niet. Ze komt wel uit Friesland, maar vanuit huis spreekt ze dat niet met haar ouders. Maar ik praat wel Fries met haar ouders, dat is een beetje gek eigenlijk. Voor ons is het heel normaal, we hebben het niet eens meer door. Met mijn broers, zus en ouders spreek ik wel Fries.”

Kun je mij wat leren in het Fries?

“Bûter, brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries. Dat is een zin uit de verhalen van de mythische Friese vrijheidsstrijder “Grutte Pier”. Aan de hand van de uitspraak werd gecontroleerd of iemand een “echte” Fries was. Het betekent: boter, brood en groene kaas, wie dat niet kan zeggen is geen echte Fries.”

Als jij geen turner was of arts zou worden en je moet kiezen tussen een van de volgende drie dingen, wat zou je dan gaan doen? Schaatsen, kaatsen of fierljeppen?

“Zeker schaatsen. Vroeger gingen we wel veel op natuurijs schaatsen, dus daar ben ik mee in aanraking gekomen. Als ik niet fanatiek was gaan turnen op jonge leeftijd was het waarschijnlijk schaatsen geworden. Tuurlijk is schaatsen een typisch Friese sport, maar überhaupt wel Nederlands denk ik. Kaatsen en Fierljeppen; dat zijn wel echt diehard Friese sporten hoor. Fierljeppen heb ik vroeger nog wel gedaan met vriendjes. Gingen we voor de lol over de slootjes heen springen met een stok. Kaatsen heb ik nooit gedaan, maar lijkt mij best leuk om eens te doen.”

 

© Craft Sportswear
© Craft Sportswear

Wat zou jij aanraden om te doen als iemand een dagje naar Friesland gaat?

“Ik denk dat je een fietstour moet maken. Ik kom zelf uit het Zuidwesten van Friesland. Als je daar een fiets huurt en de kustlijn aanhoudt, dan zie je ook echt iets van de omgeving. Gewoon lekker buiten zijn; de natuur is zo mooi in Friesland. Of een bootje huren met mooi weer natuurlijk! Dat is altijd een succes.”

Mooiste herinnering aan Friesland?

“Misschien ben ik een beetje beïnvloed door afgelopen winter, maar de Elfstedentocht is natuurlijk fantastisch. De ijspret. Op slootjes en ijsbanen schaatsen is ook hartstikke mooi, maar zo’n Elfstedentocht is echt een happening waar heel Nederland dan mee bezig is. Dat is fantastisch. In ’97 heeft mijn vader hem gereden. Toen zijn we met z’n allen het ijs opgegaan om hem succes te wensen. Ja, dat is een prachtige herinnering natuurlijk.”

Wat moeten ‘wij Hollanders’ leren van ‘jullie Friesen’?

“Ik denk dat de Friese nuchterheid een hele goede eigenschap kan zijn. Je niet gek laten maken. Dat je niet meteen overal het slechte van in ziet. Dat is wel een goede eigenschap van ‘ons Friesen’ denk ik.”

En andersom?

“Als ik denk aan ‘buiten Friesland’ denk ik meteen aan grote steden. Ik vind het wel jammer dat mensen na hun studie richting de Randstad moeten vertrekken voor werk. Kijk, een Hbo-opleiding kan je ook in Friesland of Groningen volgen, dan ben je ook in de buurt. Dat doen veel mensen dan ook wel. Maar het zou mooi zijn als de combinatie wonen en werken in het Noorden ook wat aantrekkelijker wordt gemaakt voor jongeren. Dat er op die manier ontwikkeling komt en dat mensen na hun studie niet altijd maar naar andere plekken moeten. Ik denk dat we daar zeker wat van kunnen leren van ‘jullie Hollanders’.”

Over 5 jaar, ben je dan nog turner, arts of iets anders?

“Ik verwacht dat de Olympische Spelen van 2020 de laatste wedstrijd is. Eind van dit jaar begint de kwalificatieprocedure voor de Olympische spelen in Tokyo 2020, vooral tijdens het WK van 2019 worden plekken weggegeven. Dus volgend jaar zal een belangrijk moment zijn. Over vijf jaar ben ik als het goed is in opleiding tot specialist. Op dit moment twijfel ik nog welke richting ik op wil. Ik heb een stage orthopedie gehad en ben net begonnen met sportgeneeskunde. Waarschijnlijk ben ik over vijf jaar voor een van de twee in opleiding.”

Kijken mensen niet raar op, als jij ineens naast hun bed staat?

“Meestal wel ja. Meeste mensen vinden het apart om mij daar te zien in een witte jas. Verwachten ze een dokter, kom ik daar in een keer binnen. Maar over het algemeen zijn mensen heel aardig en is het vooral grappig en positief.`

“We hebben een limited edition Beerenburger voor de Europese Culturele Hoofdstad”

“Veel Frieser dan de kruidenbitter Beerenburger wordt het niet volgens mij”, zegt Chantoine Boomsma. Hij is samen met zijn zus verantwoordelijk voor de dagelijks leiding van Boomsma Distilleerderij in Leeuwarden. En misschien wordt het inderdaad niet Frieser dan de Beerenburger. Ruim 130 jaar geleden werd dit inmiddels door heel Nederland bekende kruidenbitter voor het eerst gedronken en tot op de dag van vandaag is het een populair drankje. Tegenwoordig kun je hem ook buiten Nederland verkrijgen, maar Boomsma is al die jaren al verantwoordelijk voor de productie van het kruidenbitter. Wij stellen drie vragen aan de hedendaagse directeur van het bedrijf, Chantoine Boomsma.

Wat doet Boomsma precies?

“Boomsma is een echt familiebedrijf die nu door de vijfde generatie wordt geleid. We bestaan al 135 jaar en hebben veel verschillende dranken op de markt gezet. Denk aan Beerenburger, jenever, wodka maar ook verschillende soorten wijn. Niet alleen het op de markt zetten, maar ook het exporteren van de verschillende soorten dranken is onderdeel van wat wij doen. En dat al sinds 1883!”

Wat is er typisch Fries aan Boomsma?

“Veel Frieser dan de Beerenburger ga je het volgens mij niet krijgen, dus natuurlijk zijn onze producten typisch Fries. Daarnaast denk ik ook dat onze mentaliteit en de manier hoe we ons in de markt zetten typisch Fries is. Wij gaan niet zomaar met alle trends mee en zijn no-nonsense. We kijken gewoon goed naar wat we op dat moment kunnen doen en dat doen we dan. We laten niet zomaar alles vallen om mee te gaan met de trends.”

Leeuwarden, jullie vestigingsplaats, als culturele hoofdstad. Hoe trots is Boomsma?

“We vinden het waanzinnig knap dat het team dit binnen heeft weten te slepen! We moesten het tegen grote namen opnemen, maar het is gelukt en daar zijn we heel blij mee. Er heerst in de hele stad een mooie vibe nu. Hoe trots we zijn? We hebben een speciale limited editie Beerenburger op de markt gebracht, zo trots zijn we! Het is een eenmalige editie kruikje met de Oldehove, onze eigen toren van Pisa, en het logo van de culturele hoofdstad erop afgebeeld. Die kan iedereen gewoon vinden bij de slijter in Leeuwarden en omstreken.”

Wielrenster Marianne Vos (28) is na een rustperiode weer volop aan het trainen voor de Olympische Spelen deze zomer. Ook in haar schaarse vrije tijd zit ze het liefst op de fiets. En het is de liefde voor haar sport die ze met anderen wil delen. Met haar wielerplatform Strongher moedigt ze beginnende fietsers aan. ‘Ik hoop dat mensen worden gegrepen door het wielrenvirusje.’

(meer…)

Nederland is het meest favoriete vakantieland van Nederlanders

Nederlanders zijn een reislustig volk; zo’n 80% van de Nederlandse bevolking ging vorig jaar één of meerdere keren met vakantie in het binnen- of buitenland. Gemiddeld komt dat uit op bijna 2,8 vakanties per persoon. Dat is een van de hoogste cijfers van Europa. De belangrijkste reden hiervoor is dat we een welvarend land zijn. We hebben de tijd en het geld en dat besteden we graag aan vakantie.

(meer…)